VANDAAG ZAT IK OP BUS 32

Vandaag zat ik op bus 32 naast Leonard Nolens,
voor één rit Berchem/Wilrijk groeiden de
lederen tassen in onze schoten vast, wij
tweezaam op een vettige zitbank.
Ik zat roerloos vergroeid in de avonddrukte,
snoof geuren op, wilde oorsprong ruiken, talent,
zweeg verstomd en sneed de ooghoek open.
In de bochten naar links schudde
hij zijn lijf op me uit, bij rijden naar rechts
liet ik mijn hoofd haast toevallig
op zijn schouders vleien, zijn pet was
onze hoed. De adem kwam in korte stoten
alsof zijn hart luchtte:
Zie. Mij. Graag.
Daar, waar het naar mens stinkt,
leest niemand de lucht.

Veel te vroeg moest hij eruit:
ik stond recht om de man in pak
door te laten, voor een seconde waren
wij even groot.
Daar gaat hij: rustig, beheerst,
met zijn schommelende tas geplakt
aan de panden van zijn jas.

Uit: Tumult, Sandwich-reeks nr 17 onder redactie van Gerrit Komrij, Van Gennep, 2008

Maarten Inghels

 
    logo dichters des vaderlands