ONTOEREIKENDHEID VAN HET WESTHOEKSE LANDSCHAP

1.

Een dichter wees erop dat je hier niet mag huilen. Je moet dat in een uithoek doen. Nochtans heeft alles hier de vorm van een uithoek. Het landschap vooral. En de mensen, in wat ze weinig zeggen, eigenlijk ook.

Zeur niet over wat je moeilijk ligt. Dat is voor iedereen, in deze uithoek, veel te veel. Je moet dat begrijpen. Zoniet: ga weg en neem dat snotverdriet van jou terug mee. Het hoort hier niet thuis.

En jij evenmin.

2.

Richt je blik naar de verte, tot waar de duinen zijn.

Kijk niet verder dan de zee. Waag je niet in zee: de zee gaat te diep, steekt vol vrees, is niet stil genoeg.

De mensen hier blijven waar ze willen zijn en werken. Noest werken ze aan hun grond. Werken is heel hun zijn.

De aarde is hun incest. Niet alleen bij wijze van spreken.

3.

Als je hier aanbelandt dan moet je iets gaan drinken. Je moet niets zeggen. Je moet zwijgen, je moet drinken. Voor zwijgen heeft men hier vrijwillig gekozen - al werd het doorheen de jaren opgelegd. Maar niemand praat daarover door. Wat zouden ze: ze drinken.

Zwijgen is het beste. Verkrop wat je hebt. Drink. Drink en hoest niet op. Al wat je zwijgt, weet je beter. Zwijg en werk en zaai. Of graaf: het koren of je doden. Zaai en zaai wat je daarnet hebt begraven

- in een radeloze poging om het toe te dekken.

 

                        Alain Delmotte

 


 
    logo dichters des vaderlands