Spookbrug
Ik sluip, ik sluip
Op kousenvoeten
Langs de spookbrug
(die ramp in Varsenare)
Waar de wolken roze zijn
Als de trein kadeng kadeng
Kustwaarts spoort door de zomer
(de echo reikt tot in mijn tienerkamer)
Ik jaag er spoken op in het veld
Schaduwen vaag en vaal
Zielen zonder contouren
(verwaarloosde puppy love)
Of jagen zij op mij?
Bijten in de flanken
Happen gulzig in mijn hart
(een woestenij, een nutteloos bouwwerk)
Soms houden ze zich stil
Staren me oogloos aan
Verloederd en vergeten
(een zwak gewricht kreunt luider onder een vreugdesprong)
Die brug zonder weg
Waar we stiekem gingen vrijen
Een paradijs voor demonen
(een onontgonnen archeologische site)
Wat zou ik vinden
Als ik de spoken laat branden
Als ik diep genoeg graaf
(een onuitgevoerd master plan?)
Cathérine Ongenae
|