Alice Nahon in Tessenderlo (de dichteres schreef en verbleef er
in het sanatorium van 1917 tot 1923)
Hoe argeloos dit lapje aarde
waar zij neerstrijkt en
- het kopje schuin –
een avondliedje fluit
het frêle keelgeluid
strooit zijn vondelingskens
als suiker over land
en eeuw heen uit
onder de melkwitte veren
klapwiekt clandestien een hooglied
- die besnaard de tonen vangt
kent de regels van het spel
Wij staan hier veel edities later
plukken echo's uit de lucht
met onze spitsgeschoolde oren
en slaan de stemvork aan
Hoezeer door ruis ook aangetast
hier wordt nog altijd graag
in 't eigen hert gekeken
even voor het slapengaan
Loes Loyens
|