Stabroek
Stabroek is die straat;
Waar niemand nu nog stopt;
Om eventjes te kijken;
Of dat Polderhart nog klopt.
Stabroek zijn die velden;
Wijds en uitgestrekt;
Waar iedereen ooit aankomt;
Maar dan weer snel vertrekt;
Stabroek is het antwoord;
Op ongestelde vragen
De mooiste vrouw van Stabroek;
Heeft een uier en vier magen.
Stabroek is dat dorp;
Door de toekomst vastgebonden;
Maar waar men toch de vork;
Nog niet heeft uitgevonden.
Stabroek is de ernst;
In de grootste flauwekul;
Stabroek is de liefde;
In het hart van Juul Krapuul.
Stabroek is de stank;
Van de haven – industrie;
Maar desondanks zo weet ze;
Dat ik haar gaarne zie.
Sammy Deburggraeve
|