Improptu op Poperinge
Stedeke van schoon verlangen, verstopt Met buidel op de rug geslaan, de kop tussen de schouders Gij laat u nimmer temmen, Poperinge mijn Op de kaart gelijk een zotskap maar gij weet (hier nog iets over helleketels, gotische zalen, familieruzies in voren, boter die smaakt naar WO I en papavers, populieren die voor auto’s springen, verdrinken in blauwe schooluniformen, volle zakdoeken, kussen die ruiken naar stiekeme sigaretten, woensdagmiddagen die bleven duren, woonwijken die de horizon omsingelen, de slordige interpunctie van altijd-altijd-hetzelfde-altijd-het-zelfde carillon en alles te vroeg en te snel, zoals de dood, tiens)
Thomas Blondeau |
|||
![]() |
|||