Twintig winters (14)

Twintig winters moeders mooiste tijd.
Wij sloten alles buiten en vergroeiden
Met de keuken in een wolk van weit
En koningskruid. Uit onbestaande boeken

Lazen we elkaar de toekomst voor
En ruilden rollen: een kind werd ouder
En kreeg het spel van rest en rente door.
Alles wat zij altijd had onthouden

Vergat de moeder en ze gaf het mij.
Haar mooiste tijd, de tijd waarin zij
Op haar mooist aan mij verscheen,

Als maagd en moeder en alleen.
Uw prins zal nooit van u genezen.
Wat ik lees, kan ik uit u slechts lezen.

 

Oudenaarde

Johan de Boose


 
    logo dichters des vaderlands