Wie betaalt het gelach van de vissers als ze ontwaken uit de nacht van het vissen en het licht zien?
Wandelde hij niet op het water op een zondagochtend, daar in Neerharen,
of hadden die lelijke vrouwen je maar wat op de mouw gespeld?
Het troebele water van de Zuid-Willemsvaart.
Het mythische, stille water op zondagochtend.
De zon scheen en je zag het zomergras en rook de geur in de stem van Aretha Franklin.
My cup runneth over, oh zuster.
Moeder, vader, waar zijn jullie, nu in mijn uur van nood?
Nee, hij wandelt er niet, hij is er niet, hij heeft ons verlaten.
Het geluid van Amerika ver weg, als een donderende stem, een regenboog, en jongens met banjo's.
Broer, kom wat dichter en vertel me dat verhaal over Buffalo Bill.
Vertel me dat verhaal over Geronimo. Overal om je heen vallen doden en hij is er niet.
De tijd staat niet stil.
Er is niemand.
De tijd is muziek, geld betekent niets.
Kom je me bezoeken, zuster?
De koele wijn staat klaar, de glazen, ik in het wit.
Met mijn Panama op het hoofd.
Een donkerblauw hoofd schommelt op je romp, de mond aan de trompet.
Je ogen op vergeelde kolommen heiligenlevens.
Allemaal in de vergeetput geworpen, als rot vlees.
Maar heiligenlevens willen niet rotten, verpulveren.
Alle heiligen in de ether zijn samengekomen vandaag.
Zingen Amazing Grace.
De kerken zijn leeg, de vissers vissen niet en ik geloof nergens een woord van.
Ik ben braaf maar zou net zo goed kunnen moorden.
In die tijd was ik werkelijk. In die dagen zag ik niet dat het goed was.
Nu, buiten mezelf, zie ik dat het goed was en dat het slecht is.
Ik hoor het gelach van de vissers en haal de fles bourbon uit de kast.
Vissers zingen alleen maar in stilte.
En kijk, ook vandaag ben ik niet geworden wie ik ben.
Maar dat geeft niet want wat je ook zegt, ik zal blijven worden.
Titel: naar een gedicht van Peter Handke.
Muziek: Aretha Franklin, Amazing Grace - The Complete Recordings.
De geografische achtergrond van dit gedicht is het dorp Neerharen, deelgemeente van Lanaken. |