| |
|
Maldegem, jaren zeventig
Opeens wisten we, we zochten de ideale hel
De blues van loeders, grootmoeders staan zwart
In een deurgat, hun stem is een meervoudig mooi mes
Personages van Bukowski in Oost-Vlaanderen
Gebouwen als dropshots, ook in het felste licht
Crepusculair
In onze blues wel de highway, de houten telefoonpalen
De jankende lucht, geef vader nog wat Frolic
We maken van de schaduw een dansende rebus
We snuiven de Mississippi en de Schelde in een en dezelfde lijn
van neerwaartse klanken, een omsingelend raadsel met vragen
in een taal van trage gitaren
een zwart dorp in de oorlog, vandaar de stilte, het leven
dat afkijkt, vier gapers in een krappe kamer in Vlaanderen als
loners in Louisiana, wat wangedrag, wat verhalen, ontlading
maagzweren en muizenissen
in een structuur van schijngelal
toch de plaats waar je wegdroomt altijd bewaken
jan posman |
|