EEN DORP
(Koolskamp, 2200 zielen)
Een stip nog steeds. Amper een voetnoot groot
ligt dit dorp als voor de tijd verloren. En toch,
en telkens weer, weet ik hier de vlaktes terug
te vinden, de eeuwige jachtvelden van een jeugd
die mij in de eerste en laatste vormen dreef.
Over dorpels komend kan ik, waar ik het wil
mezelf herzien. Wat ik zo graag wilde en niet was:
een kuch in hun kerk. Over de tongen rijdend.
Ten slotte graag de treinen naar de steden haalde
en wuivend achter mij toch maar niets verbrandde.
Omdat ik toen al wist dat men niets verbranden moet
als men ooit terug wil zijn. Knielend bij bronnen
die nooit zijn opgedroogd. Wijzend op de plaatsen
waar ooit de draden van de dromen hingen. De vroege,
vogels van de herinnering daarop vastgelijmd.
En voor het grijpen.
Paul Rigolle |