Jachttafereel te Houthulst, het geheime hart van West-Vlaanderen
De ijle lucht van de herfst natuurlijk. En de geur
van mos en verse koffie maken mij hongerig.
Het is zondagmorgen : de stijve boeren laten
zich scheren in het dorp.
James (of is het Arthur?), de jichtige stalknecht
van de Baron, drinkt haastig het ene glas bruin bier
na het andere.
Buiten rennen gevlekte honden door het gras
en de lage struiken en
plots hoor ik bijna duidelijk de verre klank
van Teutoonse Hoornen…
: de Jacht. De wilde Jacht is eindelijk open.
Betoverd – totaal afwezig – bleef ik in de laatste landelijke
herberg naar de vlammen van de kachel staren.
Hendrik Carette
(uit het debuut Winter te Damme & andere minder beroemde gedichten van de jonge meester, Brugge/ Den Haag : Sonneville / Nijgh & Van Ditmar, 1974, 70 pp.)
|