Primus!

’s Morgens vroeg schuift Haacht
tergend traag en laag bij de grond
naar buiten. Over de sporen, langs
de brouwerij die altijd pijpje rookt.

Maar zodra de zon kijkt  beent ze
op hoge hakken door de straten.
Want ze loopt graag in de kijker.

Als ze het noorden kwijt raakt
is er de Dijle.  Die met oeverloos
geduld haar rondingen likt en
steels de kantjes er van af loopt.

Zij telt één herder. Trouw als een hond
trekt hij elke dag met zijn schapen
baantjes langs het water.

Jan Primus heeft haar hart gestolen. 
‘s Zomers danst ze dagenlang
haar ridder van zijn witte paard.
Tot het dorp zowat op hol slaat.

Ze is van zeer groene wil.
scoort steeds meer ronde punten.
Voor alle veiligheid.

 

Ann Van Dessel

 
    logo dichters des vaderlands