TERUG NAAR DIEPENBEEK

 

Het dorp waar ik geboren ben is als het dorp
dat ik geadopteerd heb.
Ik woon er al een week en langs een zandpad
ligt het huis van wie ik liefheb. Een lagere school,
verscholen tussen bomen, staat nu leeg in de avond
als hij mij de ramen wijst van zijn vroegere klassen.
    Het is ook van mij geworden. Door de mond van een
    ander, zelfs van een vreemdeling, buitenstaander,
    hoor je je eigen stem terug. Een echo, een weemoedig lied.

Ik fiets van het centrum van Diepenbeek terug naar
mijn geadopteerd huis, twee km verderop, en zie mijn moeder
op de oprit staan.
Ze lacht naar mij, maanden heeft ze me niet gezien.
Mijn vader verras ik met een bezoekje aan zijn tuin.
Weer staat hij te spitten,
er moet sla en wortels in de grond
tot op zijn oude dag.
Ik wil mijn ouders binnenlaten, maar ze zijn er niet.

Ik fiets langs zijn ouderlijk huis waar zijn moeder bij
een open venster staat. Ze wuift naar me.
Ik groet mijn moeder in haar al heeft zij andere gebaren,
andere woorden, maar mij deert dit niet
want ik versta wat ik al eerder hoorde.
Niets van wat ik mij van haar herinner
vergat ik zomaar.

Ik fiets naar het huis van mijn man. Het huis van zijn liefde
in een mooie glazen pot, met stenen versierd, op tafel gezet.
Het huis van eeuwige trouw de eerste keer op de drempel beloofd,
daarna in de keuken, in bed, in de allerkleinste dingen van geluk.
    Ik loop zijn tuin in, over een grasveld, naar een
    doolhof van beukenhagen en wens mezelf
    voor altijd te blijven staan op het pad, dat nu voor me ligt,
    open, zonder doelloos te reizen naar het verleden,
zonder moeras, veengronden en ondoorwaadbare plaatsen.

Laat dit moment mij adopteren als hij straks thuiskomt en
mij voor de spiegel ziet staan van zijn jeugd, vervlochten met
de mijne. Onuitwisbaar een verlangen waarin wij samenkomen
om niets meer te verliezen. Nooit meer iets hoeven te verliezen.

 

Hannie Rouweler
www.hannierouweler.be

 
    logo dichters des vaderlands