| |
|
Spiegelbreuk in wonderland
4.
De noord-zuidverbinding loopt ondergronds
tussen twee tongtalen, veeleer noordwaarts.
Van de ene toren naar de andere ruwbouw,
almaar grijzer, slaat een vrijplaats groen uit.
De kantoren kanttorens torenen boven elkaar
in en uit, dat ik me plaats vind, ommond,
en jij opvliegt bij een vingerknip, die voortaan
hoofs het hoofd zal moeten. Het vreemd zicht
immers je te zien breken, verderop andersop,
brengt me daartoe. De binding van een hoog
verheven vleestoren met de andere, voor immer
hang ik ervan af, nooit ver genoeg.
Marc Tiefenthal |
|