Brakel

kruip in mijn huid
stuw de baarmoeder uit nederig Brakel in,
schreeuw geboorte over landschapsgeweld
omarmd door geuren van het veld

kom mee en spring, spartel met korte benen
tussen knotwilgen in trage beken,
ren over kronkelpaden door ‘t lome loof
om ’s avonds te soezen op zingende schoot
met wangen bloedrood
in de gloed van de Leuvense stoof

oh Brakel, hier hangt leven in de lucht
en dat leven herinnert aan paard met kar,
aan koolmijners onder hun zerk
en klepperende klompen in de koelte van de kerk,
nostalgie praat na in kroegen en ik mis
de hoempapa van de oude harmonie

want hier klonken stemmen stoer, klanken vol,
vloeken kloek langs raspende baarden
van mannen met klauwen aan hun lijf,
ik ken ze, niet van horen vertellen, ik zag ze
de vrouwen met stevige benen,
robuuste borsten en bezige bezems

Brakel zonder kapsones van een stad
weer brult de Vlaamse leeuw
het wentelen van elke dag,
vaderlandse vlaggen ontrolt van hun stokken
schamen zich niet voor jou te waaien

© Marleen De Smet
29 maart 2006

 

 
    logo dichters des vaderlands