3Booischotse gezangen

nog

 

1.

Wettet al José: de pauws komt ni

(…)

Neeje

(…)

‘k Peins het,  ja

 

er komt geen schot in de zaak

de vakjes in uw scholen barsten
waar gij net het rot had
weggetegeld begot

mieren marie we hemme wee mieren he

ter Laken verzakt, de Neet vertroebelt
den bakker is failliet

gij slaat uw straten om
als mouwen van uw hemd
& strijkt het leven in de plooi
van suf & duf  maar daar verkraakt

uw stem: ge kretst, ge krast & ge krijst
want er zit pijn in uw botten, maar ze

slaat u over, die stem van u & dan
af, & niks krijgt ge er nog uit

Louisa van hiernaast staat in haren hof
te roepen dat de paus niet komt

toch niet (weeral niet)

(het klein rotzakske)


2.

Gij stopt uw voorste kamervensters vol met boekskens
nu van Goedele en in de bib op de berg heiligt gij de Rik
zijn naam als een strikske in uw druilgrijs dorpslint.
Gij blijft de lijfkens tekenen & rijgen aan uw vale koord
een draad van bikkels, verduurde rekkerkens,
coureurs & willy vandersteen:

(ge wroette u als worm in ʼt  doffe diep van de gedachten
ge waart een spin die in ons vel uw eieren stak
ge beet u vast, gij teek, op de harige kop
van ons schaapkens van kinderen).

 

3.

Bewaarde Sint-Salvatorianen, controleer op tijd en stond
de stand van het Booischotoverschot in uw bokalen
let op het heimelijke sluimerstandverbruik
& ga met uw consumententengels niet te diep

in de gebroken potten van de kitschfabriek
want het interneringszuur kolkt er nog diep, de wrange kerk
staat stijf in het verklonterde te lepelen, & de breekarmen
van het propere fatsoen druipen van de mummiepap.

Uw starre wijsheid slaat haar voze slats
in onze naakte nekken

& het flitst pijnlijk in onze sterfhoofden
het blinkende ding herinnering
de ring in de bek van de ekster

de slijmparels kwaakdril
in laag na laag na laag
nestdrek.

Herlinda & Dirk Vekemans

 


 
    logo dichters des vaderlands