Dit is de stad
Hoort, hoort, in alle talen zwijgt haar avondrood.
‘Zee in de zee en vermiljoen, zo is mijn schoot.’
Europa, zwarte gaten rukken op – aan de rand van de stad
kijkt een jongen naar rechts, wordt langs links gegrepen door een trein
ramt wel eens een building en met regelmaat een collega
snijdt soms op een warm spoor een vlinder de vleugels af
maar ‘t binnenrijden van ‘t station als ‘t avondblauw aan ‘t nachten slaat
een groezelige grensovergang met op een zijspoor een vuil stel, verweesd
een mankende duif, op weg naar het perron – is wel
is niet – geen romantiek maar de kadans van een doodseskader
kom binnen, ik zoem en jengel om aandacht, verscheur de door mijn gas
benevelde nacht, verstik de sterren, een krakerspand met zwarte macht
de laatste Spinosaurus denkt: dit is niet romantisch, is dit dus de stad
van het droomland – een cel in de hel, van leegte krijt zij op de stoep
dit is de stad, bij de grijsgroene rivier
bij Maria en bij Allah, dit is de stad
(uit ‘SPINALONGA. 44 gedichten’, Peter Holvoet-Hanssen,
verscheen oktober 2005 bij uitg. Prometheus, Amsterdam; tweede druk februari 2006) |